Een Tweede Maasvlakte Die Er Mag Zijn

Een Tweede Maasvlakte Die Er Mag Zijn

De samenspraak tussen natuur- en milieuorganisaties en de overheid rond de besluitvorming over de Tweede Maasvlakte gold als hét voorbeeld van een succesvol Groen Poldermodel. Na de vernietiging door de Afdeling Rechtspraak van de Raad van State van alle Concrete Beleidsbeslissingen uit de Planologische Kern Beslissing (PKB) plus Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR) roepen tegenstanders dat niet alleen de overheid maar ook die natuur- en milieuorganisaties hun werk niet goed gedaan hebben. Vereniging Natuurmonumenten en de Zuid-Hollandse Milieufederatie ervaren de uitspraak echter veeleer als een steuntje in de rug.

Het zijn met name de vissers en de boeren, partijen die (onzekere) schade dreigen te leiden, die in het gelijk gesteld zijn door de Raad van State. Geen van de grotere natuur- en milieuorganisaties heeft het nodig gevonden in bezwaar of beroep te gaan. De mogelijkheid tot beroep geldt de concrete beleidsbeslissingen, alleen hierover doet dus de Raad van State uitspraak. In de uitspraak markeert de Afdeling Rechtspraak allereerst drie belangrijke punten. Er is afdoende alternatievenonderzoek verricht. Met andere woorden: er is geen voor de natuur minder schadelijke plek denkbaar dan Rotterdam. Afdoende is aangetoond dat het hierbij gaat om dwingende redenen van groot openbaar belang, voor dit grote belang mag dus op die plek een inbreuk gemaakt worden op beschermd natuurgebied. En er is voorzien in de juiste vorm van natuurcompensatie: een zeereservaat en enkele duinrepen.

Alle bezwaren tegen het zeereservaat zijn met deze uitspraak van tafel geveegd. De kern van het Tweede Maasvlakte besluit, met andere woorden, staat met deze uitspraak recht overeind. Waarom dan toch die vernietiging door de Raad van State? Allereerst mankeert er juridisch-technisch het een en ander aan de PKB. Dat het zeereservaat er moet liggen voordat met de landaanwinning begonnen wordt moet in een concrete beleidsbeslissing worden opgenomen. Dat de overheid ook mogelijkheden voor zandwinning wil onderzoeken buiten de twaalf mijlszone mag nu juist weer niet in de vorm van een concrete beleidsbeslissing. De Planologische Kernbeslissing moet aan een duidelijke werkingstermijn gebonden worden. Dit zijn punten waardoor het besluit alleen maar steviger kan worden.

Dan zijn er twee punten die meer zorgen baren. De vissers hebben ingebracht dat onvoldoende zeker is dat het transport van slib en van vislarven in de richting van de Waddenzee niet verstoord wordt door aanleg van de Tweede Maasvlakte. De Raad van State stelt vast dat op dit punt geen passende beoordeling heeft plaatsgevonden. Dit is een belangrijk punt dat ook steeds grote aandacht heeft gehad van de natuur- en milieuorganisaties. In opdracht van PMR is modelstudie verricht naar deze effecten met twee hoofduitkomsten: de meeste effecten zullen zich voordoen langs de kustlijn ten zuiden van de Tweede Maasvlakte, ter hoogte van de Waddenzee zijn de effecten volgens deze modelstudie verwaarloosbaar. Het gehanteerde model kent echter een onzekerheidsmarge van zo’n 25 %. Om geen schijnzekerheid te verschaffen is dit gegeven ook letterlijk opgenomen in de PKB tekst.

In de PKB staan maatregelen beschreven die ervoor moeten zorgen dat zo zorgvuldig mogelijk met de natuurwaarden wordt omgegaan. Ten eerste moet het uiteindelijk ontwerp van de Tweede Maasvlakte maximaal mitigeren: de stromingseffecten moeten zo klein als technisch mogelijk zijn. De PKB werkt nog met de beide referentievarianten van PMR, waaronder een met een eigen haveningang en een verlengde noorderpier. Het huidige ontwerp van de Doorsteekvariant van het Havenbedrijf is geoptimaliseerd in de richting van minimale stromingseffecten en wordt nog getoetst in de MER aanleg Maasvlakte 2 en zandwinning. Ten tweede moet de uiteindelijke aanleg worden gefaseerd, en wordt per fase gemonitord wat de werkelijke effecten op de natuur zijn. Aan de hand van die effecten worden de plannen bijgesteld. De natuur- en milieuorganisaties vertrouwen erop dat de ingezette richting goed is, en zullen meewerken aan een passende juridische verankering van de noodzaak tot bescherming van de Waddenzee.

Vervolgens de 750 hectare nieuwe natuur dicht bij de stad. De natuur- en milieuorganisaties wilden nu eens dat deze nieuwe natuur (symbool voor het milieu- en natuurdoel van PMR) net zo stevig werd verankerd in de PKB plus als de tweede Maasvlakte (symbool voor het economisch doel van PMR). De bestemming natte natuur werd echter door een Tweede Kamer amendement afgezwakt. De Raad van State meent dat nu het lot van de boeren in dit beoogde natuur- en recreatiegebied onvoldoende duidelijk is. Het is onzes inziens niet wenselijk het Tweede Maasvlakte besluit vertraging te laten oplopen. Ook de boeren wensen geen ellenlange bestemmingsplan procedures. De Koninklijke weg is: koop die grondeigenaren uit.

Tenslotte de vraag waarom zijn nu alle concrete beleidsbeslissingen in samenhang vernietigd? In de PKB staat voor en achter opgenomen dat integrale uitvoering van het gehele pakket aan maatregelen essentieel is om het evenwicht te bewaren in de dubbeldoelstelling die zich richt op de versterking van zowel de haveneconomie als van milieu en natuur. De Raad van State wilde aan die samenhang en aan die balans geen afbreuk doen. De Koninklijke weg, waarvoor ook Tweede kamer en de minister opteren, is dan ook een nieuw integraal besluit.

Ellen Verkoelen

directeur Zuid-Hollandse Milieufederatie

Anno 2022 zijn wij als NMZH trots op onze inzet en het resultaat wat er met Maasvlakte II is bereikt. Een project waar wij ons 15 jaar voor hebben ingezet en betrokken zijn gebleven. Na 14 jaar is de natuurcompensatie nog niet voldoende gerealiseerd. Daarvoor hebben wij op 7 april 2022 een beroepsprocedure gestart om het uiteindelijk beoogde doel een zeereservaat nu af te dwingen. Ook dit voor ons belangrijke onderdeel moet nog volledig gerealiseerd worden.

Tags: