We krijgen het druk in 2026
29 december 2025
We krijgen het druk in 2026
We hebben de afgelopen jaren geleend. Niet bij een bank, maar bij de toekomst. We leenden tijd op natuurherstel, we leenden ruimte op waterkwaliteit, we leenden krediet op landschap en biodiversiteit. Elke keer dat een maatregel werd uitgesteld, een norm werd afgezwakt of een deadline werd opgeschoven, sloten we in feite een nieuwe hypotheek af: nog even niets aflossen, wel blijven vertrouwen op later.
Dat kon lang. De maandlasten leken beheersbaar, de rente laag. We beloofde vóór en in 2027 te gaan leveren. Maar er was altijd een reden om het vooruit te schuiven. Te complex, te politiek gevoelig of ongewenst. Een kleine greep uit het uitstelgedrag. Maar wie ooit een hypotheek neemt en nooit aflost, weet hoe het eindigt. Op een dag vraagt de bank niet meer hoe het voelt, maar wanneer er wordt betaald. Voor natuur en water valt dat moment samen in 2026, met een onontkoombare doorloop naar 2027. Het lastige en bepalende is dat we nu tegelijk heel veel moeten leveren. Wat eigenlijk over meerdere jaren had moeten worden ingelost, moest in korte tijd versneld in uitvoering komen. Maar de realisatiekracht was veel te beperkt, de ambities zijn versmald, het uitstel stapelde zich op. Maar de deadlines niet.
De scherpste rekening ligt bij de waterkwaliteit. De Europese afspraak dat oppervlakte- en grondwater uiterlijk in 2027 in goede ecologische en chemische toestand moeten zijn, staat al jaren vast. Dat resultaat is helder. Water dat ecologisch functioneert, met minder nutriënten en schadelijke stoffen, en met ruimte voor herstel van planten en dieren. De praktijk was anders. We leenden tijd via uitzonderingen en gefaseerde aanpakken. Nu is 2026 het jaar waarin aflossen zichtbaar moet beginnen. Met maatregelen die landgebruik, lozingen, hydrologie en beheer echt veranderen. Rente betalen is niet meer genoeg.
Die waterrekening hangt direct samen met de grootste openstaande lening: landbouw en mest. Het actieprogramma dat vanaf 2026 moet lopen, kan niet opnieuw een papieren belofte zijn. Het beoogde resultaat is concreet en meetbaar: dalende nitraat- en fosfaatconcentraties in bodem en water, en een landbouwpraktijk die binnen ecologische grenzen opereert. Als 2026 opnieuw vooral een overgangsjaar wordt, groeit de schuld verder en wordt de ingreep die later nodig is alleen maar groter. Ook het natuurbeleid heeft jarenlang geleund op intenties. Met de Europese Natuurherstelverordening is dat voorbij. Nederland moet in 2026 een nationaal herstelplan indienen dat laat zien hoe herstel daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Niet als vrijblijvende visie, maar als vast aflossingsschema: waar herstellen we, met welke maatregelen, en hoe borgen we voortgang? Het beoogde resultaat vóór en in 2027 is niet dat alles hersteld is, maar dat uitstel geen optie meer is en herstel juridisch en bestuurlijk is verankerd. Daarbovenop komt de internationale controle. Begin 2026 rapporteert Nederland opnieuw over biodiversiteit. Dat moment werkt als een accountantscontrole: mooie verhalen tellen niet, cijfers en onderbouwing wel. Het beoogde resultaat is geloofwaardigheid, laten zien dat eerdere leningen nu worden omgezet in investeringen in herstel. Wie daar niet op voorbereid is, krijgt geen uitstel, maar strengere voorwaarden.
In Zuid-Holland wordt deze afrekening extra concreet. Vrijwel alle provinciale uitvoeringslijnen lopen af in 2027. Het regionaal waterbeleid moet dan aantoonbaar hebben bijgedragen aan schoner en robuuster water. Het natuurbeheer moet zichtbaar kwaliteit hebben opgeleverd. De stap naar natuurinclusief werken moet uit de pilotfase zijn gegroeid. En bij de boerenlandvogels telt maar één ding. Is de neergaande trend gekeerd? Het beoogde resultaat in 2027 is niet perfectie. Het is een gekeerde richting: waterkwaliteit die verbetert, natuur die herstelt, landschappen die robuuster worden, en soorten die niet verder verdwijnen. Dat vraagt om uitvoering in 2026, met een doorloop in 2027. Hierin speelt ook een extra verantwoordelijkheid die niet genegeerd kan worden. Natuur en water zijn bij uitstek het primaat van de provincie. Provincies sturen op gebiedsprocessen, stellen kaders, verdelen middelen en verbinden water, natuur en ruimte. Dat betekent dat de afrekening in 2027 niet alleen inhoudelijk is, maar ook politiek. Bij de Provinciale Statenverkiezingen in maart 2027 kunnen inwoners de balans opmaken. Heeft de provincie geleverd op haar kerntaken, of is opnieuw vooral tijd geleend?

2026 is daarmee geen gewoon uitvoeringsjaar. Het is het jaar waarin duidelijk wordt of we in staat zijn om daadwerkelijk af te lossen. Zichtbaar, onomkeerbaar en in samenhang. De hypotheek loopt af, terwijl de verbouwing nog bezig is. Dat vraagt om lef, om keuzes, en om het besef dat verder lenen geen optie meer is. We krijgen het dus druk in 2026.
Niet omdat we plots ambitieuzer zijn geworden, maar omdat de toekomst haar beloofde resultaten komt ophalen.
Vragen over dit onderwerp? Neem contact op met:
Alex Ouwehand
Directeur