PFAS op het land, TFA in het water. Waarom het CTGB te laat en te beperkt ingrijpt
27 januari 2026
PFAS op het land, TFA in het water. Waarom het CTGB te laat en te beperkt ingrijpt
Onder de veel zeggende kop ”PFAS-houdende pesticiden lijken te gaan verdwijnen” bespreekt Binnenlands Bestuur het feit dat de Toezichthouder Ctgb toegelaten middelen nu zelf opnieuw tegen het licht gaat houden. Iets wat Vewin, IPO en VNG ook willen. Tot zover deze intro in het Binnenlands Bestuur.
Het klinkt geruststellend. Het College voor de toelating van chemische bestrijdingsmiddelen en biociden (CTGB) herbeoordeelt 46 gewasbeschermingsmiddelen die PFAS bevatten. Maar wie iets verder kijkt, ziet vooral hoe beperkt en laat deze ingreep is en hoe groot het probleem inmiddels is geworden. In Nederland zijn naar schatting ongeveer 117 chemische bestrijdingsmiddelen toegelaten die PFAS-houdende werkzame stoffen bevatten, gebaseerd op zo’n 25 verschillende stoffen. PFAS staan bekend als ‘forever chemicals”. Die zijn extreem persistent, nauwelijks afbreekbaar en stapelen zich op in bodem en water. Dat juist deze stoffen jarenlang probleemloos door de toelatingsprocedure zijn gekomen, zegt iets ongemakkelijks over hoe ons risicobeoordelingssysteem werkt. Maar ook hoe groot de invloed van de landbouw en pesticiden industrie is op deze onafhankelijke toelatingscommissie
Geen selectie van de gevaarlijkste middelen
De 46 middelen die nu opnieuw worden bekeken, zijn niet de gevaarlijkste uit dat totaal. Ze zijn geselecteerd omdat nieuwe wetenschappelijke inzichten laten zien dat ze kunnen afbreken tot trifluorazijnzuur (TFA) Een extreem persistente stof die zich makkelijk verplaatst in het watersysteem en inmiddels breed wordt aangetroffen in grond- en drinkwater. Dat is belangrijk, maar ook beperkt. Want de overige PFAS-houdende middelen blijven voorlopig buiten schot, terwijl ook zij persistent kunnen zijn, andere schadelijke afbraakproducten kunnen vormen, of bijdragen aan een cumulatieve belasting van bodem en water. Of wat de effecten van een cocktail van deze PFAS houdende pesticiden zijn voor de mens. De herbeoordeling is daarmee geen fundamentele heroverweging van PFAS in de landbouw, maar een technische correctie op één specifiek risico.
Het systeem kijkt achteruit
Formeel doet het CTGB wat het moet doen. Middelen toetsen aan Europese regels, op basis van beschikbare gegevens. Maar precies daar wringt het. Het toelatingssysteem is reactief. Nieuwe wetenschappelijke inzichten leiden hooguit tot herbeoordelingen achteraf, terwijl de stoffen zelf al jarenlang in het milieu circuleren. Bij PFAS is dat extra problematisch. Hun kracht en chemische stabiliteit is tegelijk hun grootste milieuprobleem. Wie zulke stoffen toelaat zonder harde garanties over afbraak, verwijderbaarheid en cumulatieve effecten, neemt in feite een onomkeerbaar risico. Wat eenmaal in het watersysteem zit, krijgen we er niet meer uit.
Waterkwaliteit betaalt de prijs
De gevolgen zien we nu al terug in de strijd om waterkwaliteit. Waterschappen investeren miljarden om normen te halen die door PFAS structureel onder druk staan. Drinkwaterbedrijven slaan alarm over stoffen die ze niet of nauwelijks kunnen zuiveren. En ondertussen blijven nieuwe toelatingen nog steeds mogelijk, zolang een stof maar net binnen de kaders past. Dat is geen falen van één autoriteit, maar van het beleidskader als geheel. Zolang het voorzorgsbeginsel niet leidend is, maar ondergeschikt aan juridische toetsing achteraf, blijft Nederland achter de feiten aanlopen.
Tijd voor een andere norm
De herbeoordeling van 46 middelen is geen reden tot zelfgenoegzaamheid, maar een signaal dat het systeem steeds meer piept en kraakt. De logische vervolgvraag is niet: welke PFAS-middelen vormen nét een te groot risico? maar: waarom laten we deze stofgroep überhaupt nog toe in open toepassingen zoals landbouw? Wie water en bodem écht sturend wil maken, kan zich PFAS niet permitteren als ‘normale’ gewasbeschermingsstof. Niet omdat elk middel acuut giftig is, maar omdat de optelsom permanent en onomkeerbaar is. De keuze is helder. Blijven we achteraf repareren wat we eerder hebben toegestaan of durven we eindelijk vooruit te denken? Ik miste deze nuance in Binnenlands Bestuur.
Vragen over dit onderwerp? Neem contact op met:
Alex Ouwehand
Directeur