Morgen is vandaag 

2 juli 2026

Morgen is vandaag 

 

Ik ben geboren in 1959. Dat is voor mij een persoonlijk gegeven, maar het is ook een meetlat. Wie in 1959 werd geboren en nu, in 2026, om zich heen kijkt, maakt de klimaatverandering niet meer als toekomstscenario mee, maar als levensgebeurtenis. Niet als iets wat ooit zou kunnen gebeuren, zoals wij in de 70’er jaren dachten, maar als iets wat zich nu in één mensleven heeft voltrokken. Terwijl we opgroeiden, werkten, kinderen kregen, ouder werden leefden wij in de veronderstelling dat er nog tijd genoeg was om het tij te keren.  Maar ongemerkt is morgen vandaag geworden. Toen ik werd geboren, was klimaatverandering nog geen onderwerp van gesprek. Het stond niet op de voorpagina’s, niet in verkiezingsprogramma’s en niet aan de keukentafel. Nederland was een land dat het water buiten de deur hield, de polders droogmaalde en trots was op zijn vermogen om de natuur naar zijn hand te zetten. Water was vooral iets waarvan we te veel hadden. Kou hoorde bij de winter. Schaatsen op natuurijs was geen uitzondering, maar een terugkerende vanzelfsprekendheid. Een tropische zomerdag haalde het nieuws, geen hittegolf.  

 

Natuurlijk was het Nederland van 1959 niet schoon of duurzaam. De schoorstenen rookten, het autoverkeer groeide, de landbouw intensiveerde en vooruitgang werd afgemeten aan productie, schaalvergroting en economische groei. Wat we toen niet zagen, was dat al die vooruitgang ook een rekening opbouwde. Geen rekening voor een verre toekomst, maar voor onszelf. In Nederland en binnen één mensenleven. Inmiddels leven we in een ander Nederland. Niet omdat de kaart is veranderd. De rivieren liggen nog waar ze lagen. De kustlijn is dezelfde. Onze steden, dorpen en polders zijn nog herkenbaar. Maar onder die herkenbare buitenkant is een ander land ontstaan. Een warmer land. Een droger land. Waar de zee stijgt, buien steeds heviger worden, winters zachter zijn en de natuur steeds vaker en ernstiger uit balans raakt. Steeds meer uitstoot van emissies in verschillende soorten en maten doen hun werk met een uiterste precisie. De samenleving is door menselijk handelen giftiger en onveiliger geworden.  

 

 Klimaatverandering zag er de afgelopen decennia in Nederland niet altijd uit als een rampenfilm. Ze komt niet alleen binnen als overstroming, misoogst of verzengende hitte. Ze zit ook in kleine verschuivingen die bij elkaar een steeds groter klimaatverhaal vertellen. Ze sluipt ons leven binnen. In duizenden kleine veranderingen die ieder voor zich nauwelijks opvallen, maar samen vandaag een onmiskenbaar verhaal vertellen. Dat verhaal zie je in een bloesem die weken eerder openbreekt. In vogels die hun jongen niet kunnen voeden omdat de insectenpiek al voorbij is. In sloten die zomers te warm worden voor het leven dat erin thuishoort. In bomen die lijden onder droogtestress. In een schoon autoraam waar geen insecten meer tegenaan vliegen. De natuur wordt niet simpelweg wat warmer. Ze raakt volledig in onbalans en heeft nauwelijks tijd meer om te herstellen. 

 

Ook ons water vertelt een ander verhaal. Nederland was lang het land dat water zo snel mogelijk kwijt moest. Sloten, gemalen, kanalen moesten het water zo snel mogelijk afvoeren naar zee. Nu leren we dat droogte óók onveilig is en willen wij het water juist zo lang mogelijk vasthouden. We leggen wadi’s aan, herstellen sponswerking, maken ruimte voor beken, vergroenen versteende pleinen en spreken over grondwaterstanden alsof het om eerste levensbehoeften gaat. Maar dat is het ook steeds meer geworden. Op de zandgronden droogt de bodem steeds verder uit, veengebieden klinken in en stoten extra CO₂ uit. In het westen rukt verzilting steeds verder het systeem in. Zoet water is geen vanzelfsprekendheid meer en wordt iets om zuinig op te zijn. Zelfs de Noordzee verandert. Ze warmt op, ze stijgt en verandert van karakter. Vissoorten verschuiven, ecosystemen veranderen en wat zich onder het wateroppervlak afspeelt, laat zien dat klimaatverandering niet alleen zichtbaar is op het land, maar overal om ons heen. 

 

Wie in 1959 werd geboren, heeft ook de winters zien verdwijnen. Natuurlijk zijn er nog koude dagen, maar de vanzelfsprekendheid is weg. De Elfstedentocht is veranderd van een sportevenement in een herinnering die we koesteren. Daar tegenover staan zomers die steeds vaker worden gekenmerkt door hitte, droogte, natuurbranden en extreme buien. Gemeenten maken hitteplannen. Bomen zijn geen aankleding meer, maar een voorwaarde voor een leefbare stad. Groen is geen luxe meer, maar noodzakelijke bescherming. Misschien is dat wel de grootste verandering van allemaal. Een enorme mentale omslag, niet alleen het klimaat veranderde, wij veranderden mee. We zijn anders gaan kijken naar water, natuur en landschap. We begrijpen dat een gezonde bodem geen vanzelfsprekendheid is. Dat biodiversiteit geen hobby is, maar de basis van een veerkrachtig ecosysteem. Dat klimaat, natuur, landbouw, gezondheid en ruimtelijke inrichting onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Het dwingt ons opnieuw te kijken naar wat vooruitgang is. Is vooruitgang dat we elke vierkante meter benutten? Of dat we ruimte laten voor water, wortels, schaduw, vogels, insecten en bodemleven? Is vooruitgang dat we de natuur steeds beter beheersen? Of dat we eindelijk begrijpen dat we afhankelijk zijn van haar veerkracht? 

 

Het pijnlijke is dat we lang hebben gedaan alsof klimaatverandering vooral over later ging. Over 2000, toen dat nog toekomst was. Over 2020, toen dat nog ver weg leek. Over 2050, alsof dat een veilige horizon was waarachter de echte keuzes lagen. We tijd genoeg hadden om maatregelen te nemen om klimaatverandering tegen te gaan. Maar wie geboren is in 1959 weet inmiddels, later bestaat niet meer zoals vroeger. De toekomst waarover werd gewaarschuwd, is ons heden geworden. Niet op één dramatische dag, maar sluipenderwijs. Jaar na jaar. Zomer na zomer. Beleidsnota na beleidsnota. Rapport na rapport. Hittegolf na hittegolf. Mijn generatie is waarschijnlijk de laatste die zich nog goed herinnert hoe Nederland voelde voordat het klimaat begon te kantelen. Niet alleen hoe het eruit zag, maar hoe het rook, hoe de seizoenen verliepen en hoe vanzelfsprekend de natuur leek. Wij zijn de laatsten die nog kunnen vergelijken.

 

En toch is dit geen verhaal dat alleen in verlies hoeft te eindigen. Want in datzelfde mensenleven is ook ons bewustzijn veranderd. We weten meer. We meten beter. We zien scherper wat er gebeurt. We begrijpen dat klimaat, natuur, water, landbouw, gezondheid, energie en ruimtelijke ordening niet los van elkaar kunnen bestaan. We weten dat een boom in een straat geen luxe is. Dat een gezonde bodem klimaatbeleid is. Dat biodiversiteit geen bijzaak is, maar veerkracht. Dat een sloot, berm, park, dak, schoolplein of bedrijventerrein onderdeel kan zijn van de oplossing.  

 

Morgen is vandaag. En precies daarom moeten we stoppen met spreken alsof handelen nog kan wachten. Het land waarin ik werd geboren bestaat niet meer. Het land waarin we nu leven, vraagt iets anders van ons. Meer zorg. Meer verbeelding. Meer moed. Meer bereidheid om niet alleen schade te beperken, maar ook herstel mogelijk te maken. Want als één mensenleven genoeg was om Nederland zo ingrijpend te veranderen, dan is één generatie ook genoeg om een andere richting te kiezen. Wat als we doorgaan met onze struisvogelpolitiek en de klimaatontkenners hun mantra’s blijven herhalen. Hoe ziet de wereld van 2026 er na een volgend mensenleven dan weer uit? Als je daarover nadenkt word je niet blij. Zo ver mogen wij het nooit laten komen of niet? 

Blog geschreven door:

Profiel Alex Ouwehand

Alex Ouwehand

Regisseur Duurzame Haven, Industrie en Circulariteit