Bestuur: onderdeel van de oplossing. Of van het probleem?
28 juli 2026
Bestuur: onderdeel van de oplossing. Of van het probleem?
Nederland is een waterland. We zijn trots op onze deltawerken, onze waterschappen en onze kennis. Maar achter dat zelfbeeld groeit een andere werkelijkheid. Ons watersysteem staat steeds verder onder druk, terwijl bestuur en beleid het blijven behandelen als een verzameling losse dossiers. Hitte, droogte, wateronttrekking en PFAS versterken elkaar. Toch beoordelen we ze nog vaak afzonderlijk. Daarmee dringt zich een indringende vraag op. Is ons bestuur nog volledig onderdeel van de oplossing? Of begint de manier waarop wij ons bestuur hebben ingericht zelf een deel van het probleem te worden? Niet omdat bestuurders hun werk niet zouden doen, maar omdat een bestuursmodel dat is gebouwd op afzonderlijke verantwoordelijkheden steeds moeilijker past bij een werkelijkheid die juist één samenhangend systeem vormt. We weten bovendien niet eens wat de optelsom van al deze ontwikkelingen betekent voor de vitaliteit, veerkracht en veiligheid van ons watersysteem.
Iedere organisatie heeft zijn eigen verantwoordelijkheid. Iedere bestuurder zijn eigen dossier. Iedere overheid haar eigen bevoegdheid. En precies daar gaat het mis. Want water trekt zich niets aan van bestuurlijke grenzen. Het KNMI laat zien dat Nederland structureel warmer wordt. Niet over vijftig jaar. Nu. Meer hitte betekent meer verdamping. Meer verdamping betekent meer vraag naar water. Dat is geen voorspelling, maar natuurkunde. We verbieden het oppompen van oppervlaktewater, maar staan vervolgens grondwateronttrekking toe. Alsof dat water uit een ander systeem komt. Dat is misschien wel de grootste bestuurlijke fictie van ons waterbeheer. Toch blijven we reageren alsof iedere droge zomer een incident is. We stellen tijdelijke onttrekkingsverboden in. We roepen op zuinig te zijn. We voeren noodmaatregelen in.
En zodra het weer regent, voeren we het water met dezelfde overtuiging weer af richting zee.
We blijven vooral reageren op de gevolgen, terwijl de oorzaken zich jaar na jaar verder opstapelen.
Dat is geen klimaatadaptatie. Dat is een houding die voortdurend achter de werkelijkheid aanloopt. Nog zorgelijker is dat we het watersysteem proberen te beheren zonder volledig zicht op wat er daadwerkelijk gebeurt. Van een deel van de grote onttrekkingen weten we ongeveer hoeveel water wordt opgepompt. Van veel kleinere onttrekkingen weten we dat veel minder precies of zelfs helemaal niet. We weten dat er talloze illegale onttrekkingen plaatsvinden. Maar niemand kan vandaag met zekerheid vertellen hoeveel water ons watersysteem daadwerkelijk verlaat. Stel je eens voor dat Rijkswaterstaat de maximumsnelheid bepaalt zonder te weten hoeveel auto’s er dagelijks over de weg rijden. Of dat de Belastingdienst geen idee heeft hoeveel belasting werkelijk wordt betaald. Dat zouden we onacceptabel vinden. Maar blijkbaar accepteren we wel dat we vergunningen afgeven, terwijl niemand exact weet hoe groot de totale belasting van ons watersysteem werkelijk is. Hoe kun je verantwoord besluiten nemen als je de optelsom niet kent? We zouden dat bij stikstof nooit accepteren. We zouden dat bij geluid niet accepteren. We zouden dat bij verkeer niet accepteren. Waarom accepteren we het dan wel bij water?
Ondanks de klimaatverandering zie ik hierin nog geen verandering komen. De belangen zijn schijnbaar te groot en dan knijpt de overheid nogal gauw een oogje dicht. Juist dát vind ik misschien wel het meest zorgelijke. Niet omdat bestuurders hun werk niet doen, maar omdat we kennelijk zijn gaan accepteren dat een zekere mate van onwetendheid normaal is geworden. Een watersysteem kun je echter niet beschermen als je niet weet hoe groot de totale belasting werkelijk is.
Hetzelfde patroon zien we bij PFAS. Jarenlang werd er geloosd. Jarenlang bleek achteraf dat emissies groter waren dan gedacht of anders verliepen dan was aangenomen. Jarenlang liep kennis achter de praktijk aan. Niet omdat de wetenschap, maatschappelijke organisaties en burgers niets deden. Integendeel. Juist zij trokken vaak als eersten aan de bel. Maar vergunningverlening, toezicht en handhaving bewogen onvoldoende mee met de risico’s.
Wat mij misschien nog wel het meest raakt, is dat we deze geschiedenis inmiddels kennen en gewoon blijven herhalen. We weten hoe lang PFAS zich ophoopt. We weten hoe moeilijk het is om deze stoffen weer uit het milieu te krijgen. En toch blijven economische en bestuurlijke afwegingen te vaak zwaarder wegen dan het voorzorgsbeginsel. De rekening daarvan schuiven we inmiddels door naar drinkwaterbedrijven, natuurbeheerders, boeren en uiteindelijk naar iedere belastingbetaler.
Ook hier gold: eerst de vervuiling, daarna het inzicht. En eerlijk gezegd maakt mij dat boos. Niet omdat fouten nooit gemaakt mogen worden, maar omdat we er steeds opnieuw voor kiezen pas in beweging te komen wanneer de schade al is aangericht. Dat is misschien wel het grootste bestuurlijke probleem van dit moment. We lopen voortdurend achter de feiten aan. We wachten op de volgende meting. Het volgende onderzoek. De volgende rechtszaak. De volgende norm.
De volgende crisis. Intussen verandert het systeem sneller dan ons beleid. Natuurlijk zijn de waterschappen, provincies en vele professionals iedere dag hard aan het werk. Daar twijfel ik geen seconde aan. Maar juist daarom vind ik het zo frustrerend dat zij gevangen blijven in een bestuurlijk systeem waarin iedereen verantwoordelijk is voor een deel, terwijl niemand werkelijk verantwoordelijk is voor het geheel. Bestuur vraagt graag om integraal denken. Maar integraal handelen blijkt een stuk lastiger.
De provincie gaat over het ene. Het waterschap over het andere. De omgevingsdienst controleert of niet. Het Rijk stelt normen. Gemeenten maken ruimtelijke keuzes. En ondertussen raakt niemand werkelijk eigenaar van het functioneren van het totale watersysteem. Iedereen doet zijn deel. Niemand bewaakt het geheel. Ons vergunningenstelsel beoordeelt activiteiten afzonderlijk, terwijl de natuur uitsluitend de optelsom ervaart. Een wateronttrekking lijkt op zichzelf misschien acceptabel. Een PFAS-lozing voldoet misschien aan de vergunning. Een peilbesluit lijkt verdedigbaar. Maar de natuur telt geen dossiers op. De natuur ervaart alleen het gezamenlijke effect. En juist daar gaat het steeds vaker mis. Dat is voor mij geen organisatorisch probleem meer. Dat is voor mij steeds meer een bestuurlijke keuze.
Zolang we blijven sturen op afzonderlijke vergunningen, afzonderlijke lozingen en afzonderlijke onttrekkingen, blijven we de optelsom missen. En juist die optelsom bepaalt of een watersysteem nog veerkrachtig is. Ons vergunningenstelsel gaat uit van beheersbaarheid. Maar wat als het systeem inmiddels sneller verandert dan onze manier van besturen? Dan moeten we misschien niet alleen de vergunningen herzien, maar ook de manier waarop we naar verantwoordelijkheid kijken.
Een watersysteem dat warmer wordt. Waaruit steeds meer water wordt gevraagd. Waarvan we niet exact weten hoeveel water verdwijnt. Waarin zeer persistente stoffen zich blijven verspreiden in een steeds kleinere hoeveelheid beschikbaar water en we de effecten van de cocktail nog nauwelijks kennen. Dat is geen verzameling incidenten meer, maar een systeem dat steeds minder foutmarge overhoudt. Misschien is dat wel het grootste bestuurlijke probleem van deze tijd. Niet dat we te weinig weten. Integendeel. We beschikken over meer kennis dan ooit. Het echte probleem is dat we blijven handelen alsof iedere nieuwe crisis op zichzelf staat. Eerst jarenlang PFAS lozen, daarna onderzoek. Eerst jarenlang grondwater onttrekken, daarna constateren dat natuurgebieden verdrogen. Eerst hittegolven, daarna noodmaatregelen. We besturen Nederland alsof we permanent in de achteruitkijkspiegel kijken.
Daar zit mijn grootste zorg. Niet omdat bestuurders niets doen. Maar omdat we steeds opnieuw wachten tot de schade zichtbaar is voordat we ingrijpen. Terwijl klimaatverandering, waterkwaliteit en biodiversiteit allang vragen om vooruitkijken in plaats van repareren. Nederland is uitzonderlijk goed geworden in het beheren én parkeren van afzonderlijke problemen. Maar opvallend slecht in het besturen van samenhang.
Dat zie je terug bij stikstof. Bij PFAS. Bij water. Bij klimaat. Bij landbouw. Bij natuur. Steeds opnieuw behandelen we de gevolgen afzonderlijk, terwijl de oorzaak dezelfde blijft. We blijven sturen op dossiers, terwijl de werkelijkheid één samenhangend systeem is. De grootste bedreiging voor ons watersysteem is misschien niet de volgende hittegolf. Ook niet de volgende PFAS-lozing. Zelfs niet de volgende droge zomer. Het reageert op de optelsom van alles wat wij doen. En hoe langer wij blijven geloven dat losse dossiers leiden tot een gezond systeem, hoe groter de rekening wordt die we uiteindelijk allemaal betalen. En zolang wij blijven besturen alsof die optelsom niet bestaat, wordt de manier waarop wij besturen onbedoeld steeds meer onderdeel van het probleem, terwijl zij juist de oplossing zou moeten zijn.
Ook klimaatverandering vraagt niet alleen om technische oplossingen. Ze vraagt vooral om bestuurlijke moed. De moed om over grenzen van organisaties, bevoegdheden en verkiezingsperiodes heen te kijken. De moed om de gezondheid van het totale watersysteem centraal te zetten, ook wanneer dat moeilijke keuzes vraagt. Want de natuur onderhandelt niet. Het watersysteem kent geen bevoegd gezag. Het houdt geen rekening met verkiezingen, begrotingen of bestuurlijke grenzen.
Vragen over dit onderwerp? Neem contact op met:
Alex Ouwehand
Regisseur Duurzame Haven, Industrie en Circulariteit